ANNEKE ROELEVELD-TAAL (1946)
In mijn werk is de mens de hoofdrolspeler. Vooral het kind is een bron van inspiratie: puur, niet geposeerd, vaak ontroerend.
De beelden zijn zo veel mogelijk tot hun essentie teruggebracht. Door het weglaten van overbodige attributen ontstaat ruimte voor emotie, herkenning en eigen interpretatie.
Zo wordt de beschouwer uitgenodigd om niet alleen te kijken maar ook tot invoelen en te verbeelden.